maandag 4 maart 2019

Ay, Uruguay

Uruguay... Ruim een half jaar de geboorte van Sol reizen we weer naar het landje tussen Brazilië en Argentinië, een dwerg tussen twee reuzen (maar nog altijd ruim vier keer groter dan Nederland), de plek waar de wortels van mijn man Gaetano liggen. Zoals de Argentijnen zeggen: ay, Uruguay!

Deze reis is van levensbelang voor hem, voor Gaetano. Vorig jaar heb ik een psychotische depressie doorgemaakt; was ruim drieëneenhalf maand opgenomen in de Nieuwe Valerius; kon mijn obsessieve gedachten niet meer stoppen.
Ze domineerden me, de gedachten. Ik zat erin opgesloten en zag de uitweg niet meer. Behalve die ene, definitieve dan. En ik kon niet ophouden met over mijn obsessies te praten; over al wat ik had moeten doen, maar niet had gedaan, over hoe ik alles fout had gedaan en het nu geen zin meer had, over wat we nú meteen moesten doen, over dat ik een slechte moeder was, die maar beter niet meer kon leven. Om het plaatje compleet te maken, was ik tijdens die opname ook nog zwanger.

Niet niks natuurlijk, als je vrouw de hele dag roept dat ze dood wil, als een soort vijand tegenover je staat, terwijl jij je best doet om alle ballen hoog te houden: voor de kinderen te zorgen, jezelf staande te houden en je werk te blijven doen, met het vooruitzicht dat er straks nog een kleintje bijkomt. En dat in een land dat eigenlijk niet het jouwe is, waar je de administratieve wegen niet goed kent en ook maar weinig (praktische) steun hebt van (schoon)familie.
De onmacht over de situatie was op een gegeven moment zo groot dat Gaetano tegen een deur sloeg en daarbij zijn hand brak. Kort daarna is mijn schoonmoeder Beatriz een maand naar Nederland overgekomen om te helpen met de zorg van het gezin. Anders hadden we het misschien wel niet gered.

Dat alles, of het ergste ervan, ligt nu weliswaar achter ons, maar nog steeds vecht ik iedere dag met waanachtige gedachten, die ik maar moeilijk los kan laten. En zoeken Gaetano en ik naar een nieuw gevoel van vertrouwen en samen zijn, nadat hij er voor een groot deel alleen voor heeft gestaan.

We zijn nu met zijn vijven. Sol werd op 31 juli geboren. Prachtig: in drie keer persen, nog geen tien minuten na aankomst van de verloskundige, onvermijdelijk thuis (en tegen het advies van de dokters in, die in verband met de medicijnen die ik slikte, hadden bepaald dat het een ziekenhuisbevalling moest worden.) De andere kinderen zaten Buurman te kijken op de bank in de huiskamer; Valentín van tweeëneenhalf kwam na de bevalling zijn broertje een dinosaurus geven (die had ik nog geen anderhalf uur eerder voor hem bij de Hema gekocht). Vivian, grote zus van bijna vijf, had een tekening voor hem gemaakt.

En nu dus met de hele bups naar de andere kant van de wereld, een reis van ons naar Beatriz, die haar zeventigste verjaardag zal vieren en naar hem, Javier, mijn schoonvader, bij wie we drie weken zullen logeren.

Ik vind het spannend, want we hebben vaker langere tijd bij hen gebleven en ik vond het dan best moeilijk om met het hele gebeuren mee te bewegen. Mijn eigen plek te vinden. (Ik las een keer in een Yogamagazine dat als je jezelf verlicht achtte, je eens een weekend bij je schoonouders door zou moeten brengen... Best een beproeving dus!)
Aan de andere kant vind ik het een fijn idee dat de kinderen hun andere thuisland leren kennen, behalve hun opa en oma ook hun neef en nicht hier, allerlei ooms en tantes, achterneefjes en -nichtjes, de cultuur, het klimaat, de grond... Dat voelt goed.

En ik herinner me hoe ik op Gaetano verliefd werd op een avond in De Melkweg, nadat hij zes weken in Uruguay was geweest: zongebruind en ontspannen. Als hij ergens van op zal knappen, dan is het van een vakantie hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten