Deze
reis is van levensbelang voor hem, voor Gaetano. Vorig jaar heb ik een psychotische
depressie doorgemaakt; was ruim drieëneenhalf maand opgenomen in de
Nieuwe Valerius; kon mijn obsessieve gedachten niet meer stoppen.
Ze
domineerden me, de gedachten. Ik zat erin opgesloten en zag de uitweg
niet meer. Behalve die ene, definitieve dan. En ik kon niet ophouden met
over mijn obsessies te praten; over al wat ik had moeten doen, maar
niet had gedaan, over hoe ik alles fout had gedaan en het nu geen zin
meer had, over wat we nú meteen moesten doen, over dat ik een slechte
moeder was, die maar beter niet meer kon leven. Om het plaatje compleet
te maken, was ik tijdens die opname ook nog zwanger.
Niet
niks natuurlijk, als je vrouw de hele dag roept dat ze dood wil, als
een soort vijand tegenover je staat, terwijl jij je best doet om alle
ballen hoog te houden: voor de kinderen te zorgen, jezelf staande te
houden en je werk te blijven doen, met het vooruitzicht dat er straks
nog een kleintje bijkomt. En dat in een land dat eigenlijk niet het
jouwe is, waar je de administratieve wegen niet goed kent en ook maar
weinig (praktische) steun hebt van (schoon)familie.
De
onmacht over de situatie was op een gegeven moment zo groot dat Gaetano
tegen een deur sloeg en daarbij zijn hand brak. Kort daarna is mijn
schoonmoeder Beatriz een maand naar Nederland overgekomen om te helpen met
de zorg van het gezin. Anders hadden we het misschien wel niet gered.
Dat
alles, of het ergste ervan, ligt nu weliswaar achter ons, maar
nog steeds vecht ik iedere dag met waanachtige gedachten, die ik maar
moeilijk los kan laten. En zoeken Gaetano en ik naar een nieuw gevoel
van vertrouwen en samen zijn, nadat hij er voor een groot deel alleen
voor heeft gestaan.
We zijn nu met zijn vijven. Sol werd op 31 juli geboren. Prachtig: in drie keer persen,
nog geen tien minuten na aankomst van de verloskundige, onvermijdelijk
thuis (en tegen het advies van de dokters in, die in
verband met de medicijnen die ik slikte, hadden bepaald dat het een
ziekenhuisbevalling moest worden.) De andere kinderen zaten Buurman te
kijken op de bank in de huiskamer; Valentín van tweeëneenhalf kwam na de
bevalling zijn broertje een dinosaurus geven (die had ik nog geen
anderhalf uur eerder voor hem bij de Hema gekocht). Vivian, grote zus
van bijna vijf, had een tekening voor hem gemaakt.
En
nu dus met de hele bups naar de andere kant van de wereld, een reis van
ons naar Beatriz, die haar zeventigste verjaardag zal vieren en naar hem, Javier, mijn schoonvader, bij wie we drie weken zullen logeren.
Ik
vind het spannend, want we hebben vaker langere tijd bij hen gebleven
en ik vond het dan best moeilijk om met het hele gebeuren mee te bewegen. Mijn eigen plek te vinden. (Ik las een keer in een Yogamagazine dat als je jezelf verlicht achtte, je eens een weekend bij je schoonouders door zou moeten brengen... Best een beproeving dus!)
Aan de andere kant vind ik het een fijn
idee dat de kinderen hun andere thuisland leren kennen, behalve hun opa
en oma ook hun neef en nicht hier, allerlei ooms en tantes,
achterneefjes en -nichtjes, de cultuur, het klimaat, de grond... Dat
voelt goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten