dinsdag 26 maart 2019

Triggers

Als psychotisch depressieveling (of is het depressieve psychoot?) heb ik een heel scala aan dingen die mij kunnen triggeren. Dingen waarin ik me met een negatieve overtuiging of twijfel vast kan zetten, in mijn hoofd.
Een anthroposofisch aandoend gebreid mutsje op het hoofd van een willekeurig kind, kan in mij de overtuiging wakker kussen dat ik mijn kind naar de Vrije School had moeten doen. Daarop volgt de vraag waarom ik dat niet gedaan heb en vervolgens het antwoord dat ik te stom ben geweest om dat te doen. En dan weer terug naar de overtuiging, de vraag, het antwoord en zo rond.

Een moeder die haar baby in een Yoyokinderwagen te slapen legt, herinnert mij eraan hoe handig die lichtgewicht wagen wel niet is; dat ik die wagen ook had willen hebben, dat ik hem had willen kopen en dat het zo stom is dat ik dat niet gedaan heb... En weer terug naar "hoe handig" en van daar naar "had ik ook" en naar "hoe stom" en zo verder. Ad infinitum.

Nou, bijna tot in de oneindigheid dan, want het begint erop te lijken dat, hoewel ik nog bijna dagelijks en meestal 's ochtends in zulke vicieuze denkspiralen terecht kom, ik er ook weer uitkom, in de loop van de dag in elk geval en steeds gemakkelijker en sneller. Dat ik langzaam maar zeker de stopknop begin te vinden.

Ik begin ook voorspelbaar te worden, niet alleen voor anderen, maar ook voor mezelf. Gisteren sprak ik een vader uit de buurt die niet zo te spreken was over de nieuwe toestellen in "onze" speeltuin. Dat is ook één van mijn obsessies: het had allemaal beter en mooier gemoeten en ík had op de inspraakavonden meer van me moeten laten horen.

In het gesprek met deze vader zeg ik dat niet. Ik probeer zijn oordeel te relativeren, noem de positieve kanten van de vernieuwing en vraag of hij soms ook moeite heeft met verandering, net als ik.
Als ik naar binnen ga voor het avondeten, denk ik bij mezelf dat mijn gedachten de volgende ochtend best wel eens over de speeltuin zouden kunnen gaan en verhip: ik sta 's ochtends op met in mijn hoofd de toestellen waarvan ik vond dat we ze hadden moeten hebben.

Ik zit er wel "in", in het denken, maar ik kan er ook een beetje van buitenaf naar kijken. Ik probeer mezelf net zo te behandelen als ik de vader uit de buurt gisteren deed: creëer een zonnig beeld van de speeltuin zoals hij nu is en zeg daarbij: zo is het goed.

Het werkt wel! Die middag neem ik mijn twee jongens mee naar een andere speeltuin, waar ze wel zo'n leuk speelhuisje voor de kleintjes hebben. Fijn om te merken dat Valentín in eerste instantie voor de tractor gaat die daar rondslingert en niet zo zeer voor het huisje.

We spelen er later wel in en ik denk bij mezelf: dit is niet onze eigen speeltuin, maar we kunnen er wel af en toe komen. Verandering van spijs doet eten: onze speeltuin is zo, een andere is zus en we hebben de vrijheid om dat allemaal te ervaren.

Meer kunnen we niet doen en dat hoeft ook niet, want ervaren is heel wat. Misschien is er zelfs wel niet veel meer dan dat.

maandag 25 maart 2019

Zeepbellen en tranen

Vandaag is er op school een ceremonie om afscheid te nemen van Helena, een meisje dat we gek genoeg pas na haar dood hebben leren kennen en wier foto bij de ingang op een tafeltje staat, tezamen met een boekje waarin je iets kunt schrijven.
Veel verder dan "Veel sterkte" kom ik daarbij niet. Onder de douche denk ik: "ook al ken ik je niet, toch voel ik het verdriet."

Als ik Aimée bijtijds op ga halen, zodat we samen naar het hoofdgebouw kunnen lopen, kom ik Daniëlle, de moeder van Ayla tegen en kort daarop ook Matthijs, de vader van Eveline. Ik wil graag met beiden oplopen en dat lukt. Onze dochters lopen mee.

Onderweg passeren we allerlei kindjes met hun ouders. Ze zwaaien naar Aimée. Gek om te merken dat zij allerlei vriendjes heeft, die ik nog nooit heb gezien. Stom om gedacht te hebben dat zij misschien wel niet zo veel aansluiting heeft op school of dat ik haar bij het aangaan van vriendschappen zou moeten helpen. Dat kan ze prima (en waarschijnlijk ook alleen maar) zelf.

De stemming is opgewekt. De kinderen vergelijken de kleine flesjes bellenblaas die ze hebben gekregen onderling. "Mijne is roze!" "Bij mij staat er een eenhoorn op." De flesjes gaan vast open en ze blazen in het rond.

Bij het hoofdgebouw aangekomen, nemen de kinderen een plekje in op de trappen van het gebouw. Ik help een beetje. Als ouders nemen we wat afstand en staan we op het plein. Dan verschijnt de directrice. Ze geeft een soort verbaal startschot en dan is het: blazen maar.

Het effect is overweldigend. De bellen stijgen op naar de zon in de strakblauwe lucht, die iets of iemand voor de gelegenheid heeft neergezet. Eén van de eerste zonovergoten lentedagen.
Het lijkt wel alsof de bellen een soort stilte neerzetten. Een vrolijke stilte. Een prachtige, bewogen stilte, met een glimlach. 
Ik krijg het te kwaad, Daniëlle pakt mijn arm en Matthijs staat net als ik een beetje te huilen. "Dat is al de tweede keer dat ik hem op het schoolplein zie huilen," grap ik, in een poging Matthijs op zijn gemak te stellen.

"Denk je dat ze dit ziet?" zegt Daniëlle. "Ja, zeker!" zeg ik overtuigd - ik sta er zelf versteld van - en ik stel me voor dat het meisje stralend kijkt naar wat de kinderen voor haar doen.

Na een paar minuten zegt de directrice: "en nu zwaaien we nog allemaal een keer naar Helena in de hemel" - de atheïst en agnost in mij snoer ik de mond. Ja, we zwaaien allemaal nog een keer naar Helena in deze hemel zo blauw dat het bijna pijn doet.

Dan gaan de kinderen weer spelen, lekker op het plein.

Ik besef die avond dat ik niet alleen ben tussen de ouders hier op school. Ik heb verdriet en ontroering kunnen delen met twee mensen om me heen. Dat is een vorm van vriendschap, verbondenheid.

Waar iets of iemand sterft, wordt altijd ook iets nieuws geboren.

zaterdag 16 maart 2019

Dood

Er is een meisje van school overleden. Groep vijf; acht, negen jaar oud dus. Of liever gezegd jong.
Als ouders kregen we een mail met een "verdrietig bericht" van de directeur; als je dat leest als subject title, weet je eigenlijk al hoe laat het is. Al hoop je stiekem natuurlijk dat het gaat over een schoolreisje dat niet doorgaat of zo, of een lieve leraar die een andere baan heeft...

In de klas praten de docenten erover met de kinderen. De kinderen mogen vragen stellen. Juf Martine vertelde me dat Aimée vroeg of het ook zo was gegaan met haar oom. Martine had een maand of wat eerder een dagje niet voor de klas gestaan vanwege diens begrafenis. Dat Aimée dat precies onthouden heeft...

Thuis vraagt ze me opgewekt: "Mama, wat is kakker?"en in de zandbak graaft ze zichzelf in en speelt ze vrolijk "dood."

Ik geef rustig antwoord op haar vragen en speel het spel mee. Denk nu niet aan de ouders van het meisje, stel me nu niet voor hoe het moet zijn om je kind te verliezen. Sommige dingen zijn te groot, of te gecompliceerd. Vandaag houden we het klein en simpel.

Ik geef de graafmachine nog een zetje en kus het zogenaamde dode zusje en haar broertje op hun wang. "We gaan naar binnen!"

dinsdag 5 maart 2019

Twijfelzucht

In de studeerkamer van mijn schoonouders, half verstrengeld met baby Sol, word ik wakker zonder dwanggedachten. Zo blijf ik een paar minuten liggen. Tot ze komen. En het gaat ongeveer zo:
"Waarom heb ik nou geen Indiase kip gekookt voor mijn schoonouders? Dat had ik toch best kunnen doen? Ja, verse koriander is hier moeilijk verkrijgbaar, maar vanavond gaan we bij El Gordo moqueca eten, een Braziliaans visgerecht, en daar zit ook koriander in, daarvoor gaan ze naar de Géant, een supermarkt wat verder weg.
Misschien kan ik het nog maken voordat we weggaan. We hebben immers nog een paar dagen. Dan vraag ik Gaetano of hij, als hij naar de Géant gaat, ook verse koriander voor mij meeneemt.  En gedroogde koriander. En gember, en yoghurt enzo. Misschien de tomaten bij de groentenwinkel kopen hier om de hoek.
Ik kan maar beter opstaan om het hem te vragen, want hij zou met zijn vader vroeg weggaan om een televisie op te halen, en misschien combineert hij dat wel met het boodschappen doen bij de Géant."

Ik wurm me onder Sol uit en spring uit bed. Wil de deur open doen, maar de knop draait niet mee, alsof de kamer zegt: blijf jij hier maar opgesloten zitten met je dwang! Shit, ze zijn toch niet al weg? Straks zit ik hier de hele ochtend! Dan hoor ik mijn schoonvader in de huiskamer lopen en roep hem: "Javier, la puerta no abre!"

Nu moet het dwangplan worden besproken. Eerst met mijn schoonmoeder: "Beatriz, ik wil eigenlijk nog een keer kip maken. Wat denk je dat daarvoor een goede dag zou zijn? Vandaag? Nee, vandaag gaat denk ik niet meer lukken, want we willen vanochtend inderdaad nog naar het strand. Morgen? Nee, morgen hebben we afsgesproken met wat vrienden. Donderdag! Dat we dan bezig zullen zijn met inpakken? Nou... Dan kan ik ook best koken, toch? Of denk je dat dat inderdaad te veel is. Ja, misschien wel, zou kunnen. Of niet. Jewel, ik denk het wel." Dan met man Gaetano: "Gae, als jij straks naar de Géant gaat, kun je dan verse koriander voor me meenemen? Paprikapoeder en kurkuma hebben ze, toch? Beatriz?"

Behalve het al dan niet koken en wanneer, komen er nog wat thema's bij me op: gaan we nog naar de Mercado de los Artesanos in Montevideo of niet? Toch liever naar het strand en hoe doen we dat in de middag. Gaan we dan nog naar onze vrienden die we kennen uit Nederland, of gaan we daar pas 's avonds heen?

Het gezonde deel van mij bedenkt gelukkig dat het misschien een goed idee is om eerst eens rustig te ontbijten en dan eventueel nog eens naar die dingen te kijken. Ik warm melk op en schuim ze voor de koffie. Doe twee broodjes in de toaster, pak wat jam en kaas.

We besluiten deze ochtend naar het strand te gaan en ik probeer mijn twijfel naast me neer te leggen in de auto. Stel me de twijfel voor als een munt (als in: kop of munt?) die ik loslaat in het water van de Rio de La Plata. En het kipgerecht als iets dat zichzelf al dan niet gaat maken, zonder dat ik daar over na hoef te denken of er iets voor hoef te doen.

Het helpt, het werkt. Ik kan in het nu zijn, met mijn voeten in de golven, baby Sol in de draagzak op mijn borst.
Ik geniet van Valentín, die helemaal in zijn element is, het water in en uit loopt. Met zijn stok in het zand "schrijft", een boog die een naam is voor een kind van drie. Ik ga de golven in een plas in de zee. Ik zing liedjes en doe een dansje voor mijn baby.

Als het - vanwege de intensiteit van de zon - tijd is om naar huis te gaan, merk ik dat ik best langer had willen blijven. Gewoon nog zo te zijn, zonder iets te hoeven.

Eenmaal thuis weet ik wat ik doe: die kip maak ik wel weer als ik thuis ben, naar de markt gaan we als het morgen regent en het strand pakken we mee als de zon schijnt en we over de auto kunnen beschikken.

En de twijfel? Die krijgt ook zijn plekje. In een stukje vandaag voor mijn blog.

maandag 4 maart 2019

Ay, Uruguay

Uruguay... Ruim een half jaar de geboorte van Sol reizen we weer naar het landje tussen Brazilië en Argentinië, een dwerg tussen twee reuzen (maar nog altijd ruim vier keer groter dan Nederland), de plek waar de wortels van mijn man Gaetano liggen. Zoals de Argentijnen zeggen: ay, Uruguay!

Deze reis is van levensbelang voor hem, voor Gaetano. Vorig jaar heb ik een psychotische depressie doorgemaakt; was ruim drieëneenhalf maand opgenomen in de Nieuwe Valerius; kon mijn obsessieve gedachten niet meer stoppen.
Ze domineerden me, de gedachten. Ik zat erin opgesloten en zag de uitweg niet meer. Behalve die ene, definitieve dan. En ik kon niet ophouden met over mijn obsessies te praten; over al wat ik had moeten doen, maar niet had gedaan, over hoe ik alles fout had gedaan en het nu geen zin meer had, over wat we nú meteen moesten doen, over dat ik een slechte moeder was, die maar beter niet meer kon leven. Om het plaatje compleet te maken, was ik tijdens die opname ook nog zwanger.

Niet niks natuurlijk, als je vrouw de hele dag roept dat ze dood wil, als een soort vijand tegenover je staat, terwijl jij je best doet om alle ballen hoog te houden: voor de kinderen te zorgen, jezelf staande te houden en je werk te blijven doen, met het vooruitzicht dat er straks nog een kleintje bijkomt. En dat in een land dat eigenlijk niet het jouwe is, waar je de administratieve wegen niet goed kent en ook maar weinig (praktische) steun hebt van (schoon)familie.
De onmacht over de situatie was op een gegeven moment zo groot dat Gaetano tegen een deur sloeg en daarbij zijn hand brak. Kort daarna is mijn schoonmoeder Beatriz een maand naar Nederland overgekomen om te helpen met de zorg van het gezin. Anders hadden we het misschien wel niet gered.

Dat alles, of het ergste ervan, ligt nu weliswaar achter ons, maar nog steeds vecht ik iedere dag met waanachtige gedachten, die ik maar moeilijk los kan laten. En zoeken Gaetano en ik naar een nieuw gevoel van vertrouwen en samen zijn, nadat hij er voor een groot deel alleen voor heeft gestaan.

We zijn nu met zijn vijven. Sol werd op 31 juli geboren. Prachtig: in drie keer persen, nog geen tien minuten na aankomst van de verloskundige, onvermijdelijk thuis (en tegen het advies van de dokters in, die in verband met de medicijnen die ik slikte, hadden bepaald dat het een ziekenhuisbevalling moest worden.) De andere kinderen zaten Buurman te kijken op de bank in de huiskamer; Valentín van tweeëneenhalf kwam na de bevalling zijn broertje een dinosaurus geven (die had ik nog geen anderhalf uur eerder voor hem bij de Hema gekocht). Vivian, grote zus van bijna vijf, had een tekening voor hem gemaakt.

En nu dus met de hele bups naar de andere kant van de wereld, een reis van ons naar Beatriz, die haar zeventigste verjaardag zal vieren en naar hem, Javier, mijn schoonvader, bij wie we drie weken zullen logeren.

Ik vind het spannend, want we hebben vaker langere tijd bij hen gebleven en ik vond het dan best moeilijk om met het hele gebeuren mee te bewegen. Mijn eigen plek te vinden. (Ik las een keer in een Yogamagazine dat als je jezelf verlicht achtte, je eens een weekend bij je schoonouders door zou moeten brengen... Best een beproeving dus!)
Aan de andere kant vind ik het een fijn idee dat de kinderen hun andere thuisland leren kennen, behalve hun opa en oma ook hun neef en nicht hier, allerlei ooms en tantes, achterneefjes en -nichtjes, de cultuur, het klimaat, de grond... Dat voelt goed.

En ik herinner me hoe ik op Gaetano verliefd werd op een avond in De Melkweg, nadat hij zes weken in Uruguay was geweest: zongebruind en ontspannen. Als hij ergens van op zal knappen, dan is het van een vakantie hier.