Vandaag is er op school een ceremonie om afscheid te nemen van Helena, een meisje dat we gek genoeg pas na haar dood hebben leren kennen en wier foto bij de ingang op een tafeltje staat, tezamen met een boekje waarin je iets kunt schrijven.
Veel verder dan "Veel sterkte" kom ik daarbij niet. Onder de douche denk ik: "ook al ken ik je niet, toch voel ik het verdriet."
Als ik Aimée bijtijds op ga halen, zodat we samen naar het hoofdgebouw kunnen lopen, kom ik Daniëlle, de moeder van Ayla tegen en kort daarop ook Matthijs, de vader van Eveline. Ik wil graag met beiden oplopen en dat lukt. Onze dochters lopen mee.
Onderweg passeren we allerlei kindjes met hun ouders. Ze zwaaien naar Aimée. Gek om te merken dat zij allerlei vriendjes heeft, die ik nog nooit heb gezien. Stom om gedacht te hebben dat zij misschien wel niet zo veel aansluiting heeft op school of dat ik haar bij het aangaan van vriendschappen zou moeten helpen. Dat kan ze prima (en waarschijnlijk ook alleen maar) zelf.
De stemming is opgewekt. De kinderen vergelijken de kleine flesjes bellenblaas die ze hebben gekregen onderling. "Mijne is roze!" "Bij mij staat er een eenhoorn op." De flesjes gaan vast open en ze blazen in het rond.
Bij het hoofdgebouw aangekomen, nemen de kinderen een plekje in op de trappen van het gebouw. Ik help een beetje. Als ouders nemen we wat afstand en staan we op het plein. Dan verschijnt de directrice. Ze geeft een soort verbaal startschot en dan is het: blazen maar.
Het effect is overweldigend. De bellen stijgen op naar de zon in de strakblauwe lucht, die iets of iemand voor de gelegenheid heeft neergezet. Eén van de eerste zonovergoten lentedagen.
Het lijkt wel alsof de bellen een soort stilte neerzetten. Een vrolijke stilte. Een prachtige, bewogen stilte, met een glimlach.
Ik krijg het te kwaad, Daniëlle pakt mijn arm en Matthijs staat net als ik een beetje te huilen. "Dat is al de tweede keer dat ik hem op het schoolplein zie huilen," grap ik, in een poging Matthijs op zijn gemak te stellen.
"Denk je dat ze dit ziet?" zegt Daniëlle. "Ja, zeker!" zeg ik overtuigd - ik sta er zelf versteld van - en ik stel me voor dat het meisje stralend kijkt naar wat de kinderen voor haar doen.
Na een paar minuten zegt de directrice: "en nu zwaaien we nog allemaal een keer naar Helena in de hemel" - de atheïst en agnost in mij snoer ik de mond. Ja, we zwaaien allemaal nog een keer naar Helena in deze hemel zo blauw dat het bijna pijn doet.
Dan gaan de kinderen weer spelen, lekker op het plein.
Ik besef die avond dat ik niet alleen ben tussen de ouders hier op school. Ik heb verdriet en ontroering kunnen delen met twee mensen om me heen. Dat is een vorm van vriendschap, verbondenheid.
Waar iets of iemand sterft, wordt altijd ook iets nieuws geboren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten