Wij wonen... klein. Ons appartement is vijfenvijftig vierkante meter. We hebben twee slaapkamers en drie kinderen. De indeling is gunstig, maar vergeleken met sommige anderen is de woning best wel beperkt. We hebben een balkon, waar we ook de nodige spullen kwijt moeten, en geen tuin, dus echte buitenspeelruimte hebben we niet.
Althans, niet voor onszelf. Vóór ons huis is echter een hele ruime speeltuin, waar je naar hartelust kunt rondbanjeren en je altijd andere kinderen ontmoet met wie je taartjes of oliebollen kunt bakken of vadertje en moedertje kunt spelen.
Soms vertel ik mezelf dat we dus in een klein paradijsje wonen, waar alles wat we nodig hebben eigenlijk al is. Andere keren wil ik meer en vind ik dat we een ruim huis zouden moeten hebben, op de begane grond het liefst, zodat de kinderen meer ruimte hebben om binnen te spelen
Vanuit die mening kijk ik dan regelmatig op Woningnet, om te kijken of we misschien in aanmerking komen voor iets groters, iets beters.
Volgens mij zijn er weinig dingen zenuwslopender dan zo'n zoektocht naar een huis in Amsterdam. Voor wie het systeem van Woningnet niet kent: je kunt elke week op twee sociale huurwoningen reageren en al naar gelang de wachttijd die je hebt opgebouwd (in ons geval zeventien jaar) én de eventuele van toepassing zijnde voorrangsregelingen waarvoor je in aanmerking komt (als jongere, bijvoorbeeld, als senior, of, zoals in ons geval, als "groot" gezin), krijg je een nummer toebedeeld in de wachtrij.
Het computerprogramma houdt dat de hele reactieperiode van een week en voor elk moment bij, dus misschien ben je nummer één op dag één (wow, het huis is hoe dan ook voor jou!), sta je de volgende dag op nummer zeven (je maak tin elk geval kans!) en ben je aan het eind van de week nummer drieëndertig geworden (vergeet het maar...).
Mocht je wél in aanmerking komen voor een bezichtiging, dan is dat het enige moment dat je kunt komen kijken (moet je dus niet toevallig moeten werken of iets anders belangrijks hebben), en vervolgens moet je binnen één werkdag beslissen of je het huis wil of niet. En moet je min of meer binnen een maand verhuizen, tenzij je dubbele maandlasten kunt betalen (wat de meeste mensen die voor een sociale huurwoning in aanmerking komen, niet kunnen).
Soms ben ik bijna blij dat er niets opstaat wat mijn goedkeuring kan
wegdragen, want dan hoef ik tenminste niet te gaan hopen, voors en
tegens tegen elkaar af te wegen, teleurgesteld te raken of op het
laatste moment toch koudwatervrees te krijgen voor een daadwerkelijke
verhuizing.
Het is al drie keer voorgekomen dat we zijn gaan kijken en dat we het toch niet wilden of niet aandurfden. Eén keer hebben we daarvan een paar weken later best wel spijt gehad, maar gelukkig slijt spijt ook.
Deze week zijn er maar liefst twee woningen (met tuin en voldoende kamers) die we wel zouden willen hebben.
De ene staat aan de Vegastraat, in "hip and happening" doch "far and away" noord: hier te gaan wonen zou een draai van 180 graden zijn, een sprong in het duister over het Vondelpark, het stadcentrum en IJ, weg uit ons zo geliefde buurtje aan het Hoofddorpplein. Met een zachte landing, dat wel, in authentiek Tuindorp Oostzaan, in een halfvrijstaande woning in een gemoedelijke straat.
De andere woning is in de Rivierenbuurt, een deel van de stad dat ik altijd als saai en statisch, grijze-muizerig heb beschouwd, maar waar veel families met kinderen schijnen te wonen, beschikt over een mooie architectuur en niet ver weg is van onze huidige uitvalsbasis én de levendige Pijp. Als ik door het saaie en statische heenkijk, zie ik ook rust en ruimte. En gemoedelijkheid: een Deen-supermarktje en een groen en schattig schooltje om de hoek.
Nou ja, de tijd zal het leren. De zon schijnt en eigenlijk zit ik hier, aan mijn keukentafel met uitzicht op bomen en het plein, wel goed. Ik ga lekker vader en moedertje spelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten